Borstkankeropsporing in Europa.

Het programma voor de opsporing van borstkanker vloeit voort uit een mobilisatie van politiek Europa tegen kanker, die teruggaat tot 1985. In die tijd beschikte men over elementen die aantoonden dat de opsporing van borstkanker via mammografie de mortaliteit door deze ziekte kon verlagen, toch minstens bij vrouwen vanaf 50 jaar. De 12 Lidstaten van wat toen nog de Europese Gemeenschap was, beslisten om de actie "Europa tegen kanker" te lanceren. Ze richtten een Comité van Experts op. Zweden, dat geen lid was van de Gemeenschap, werd uitgenodigd als waarnemer.

Vandaag bestaat er een consensus over het nut van het systematisch opsporingsprogramma via mammografie bij vrouwen van 50 tot 70 jaar, op voorwaarde dat deze opsporing gepaard gaat met een kwaliteitsgarantiesysteem. Eveneens staat vast dat een dergelijk programma efficiënt is als het zich richt tot asymptomatische vrouwen die niet blootgesteld zijn aan een specifiek risico, zoals familiale erfelijkheid. Men weet ook dat deze opsporing haar vruchten afwerpt - in termen van een verlaging van de mortaliteit - als ze toegepast wordt bij minstens 70% van de doelbevolking.

De "European Guidelines for Quality Assurance in Mammography Screening" dateert van 1993 en is vandaag aan haar vierde editie toe. Dit document reikt de Lidstaten van de Europese Unie richtlijnen en kwaliteitsstandaarden aan voor de invoering van hun opsporingsprogramma.

In 2007 hadden 22 van de 27 Lidstaten een systematisch opsporingsprogramma ingevoerd op basis van de Europese Guidelines.

Klik hier voor een overzichtstabel van de borstkankeropsporingsprogramma's in de Europese Unie.

Klik hier voor de incidentie en de mortaliteit door borstkanker in de Europese staten (2012). Hier vindt u de Belgische cijfers volgens de Stichting Kankerregister (2008).

 Download het volledige rapport van de Europese Commissie over de opsporing van kanker in Europa in 2006.