Het opsporingsprogramma in België

In België worden jaarlijks meer dan 10.000 gevallen van borstkanker gediagnosticeerd. Vrouwen tussen 50 en 69 jaar lopen het meest risico: de helft van de gevallen heeft betrekking op deze leeftijdscategorie. Bij vrouwen in de vijftig is borstkanker de grootste doodsoorzaak. Sommige risico's die verband houden met borstkanker zijn dan wel gekend, maar we kennen de oorzaken van deze ziekte niet en we kunnen dus niet verhinderen dat de ziekte opduikt. We kunnen echter de afloop van de behandeling verbeteren door de borstkanker vroeger te identificeren. Dat is het doel van de opsporing.

Sinds het midden van de jaren '80 bestaat er een Europese consensus over het nut van het systematisch opsporingsprogramma via mammografie bij vrouwen van 50 tot 70 jaar, op voorwaarde dat deze opsporing gepaard gaat met een kwaliteitsgarantiesysteem.

Net zoals de meeste Europese landen heeft ook België een programma voor systematische opsporing ingevoerd. Dit programma bestaat sinds 2001. Het wordt georganiseerd door de deelstaten.

Dit programma stelt om de twee jaar een radiografisch borstonderzoek (opsporingsmammografie of Mammotest genoemd) voor aan vrouwen van 50 tot en met 69 jaar die gedomicilieerd zijn in België en aangesloten zijn bij een van de 7 ziekenfondsen van het socialezekerheidssysteem in België. De kostprijs van dit onderzoek wordt betaald door het RIZIV en door de deelstaten. Voor de vrouwen is het onderzoek volledig gratis.

De opsporingsmammografieën gebeuren in de erkende mammografie-eenheden: de apparatuur en de radiologische beelden worden regelmatig gecontroleerd en moeten voldoen aan strenge kwaliteitsnormen.

De opsporingsresultaten worden met de goedkeuring van de deelnemers geregistreerd in de databases. Op deze manier kan de efficiëntie van het programma geëvalueerd worden.

In elk Gewest van ons land zijn Coördinatiecentra belast met de versturing van de uitnodigingen voor de opsporing om de twee jaar. De vrouwen die deze uitnodiging ontvangen, kunnen een afspraak maken in een erkende mammografie-eenheid. Tijdens het onderzoek worden 4 radiologische beelden gemaakt (2 voor elke borst). Deze beelden worden nadien onderzocht door 2 verschillende radiologen, en eventueel door een derde als de eerste 2 van mening verschillen. Ingeval van een anomalie, wat in 10% van de gevallen zo is, wordt de vrouw opgeroepen om bijkomende onderzoeken te ondergaan. 9,5 keer op 10 blijkt na afloop van deze bijkomende onderzoeken dat het niet om kanker gaat. Maar één keer op twentig zal de diagnose van kanker worden gesteld. De behandeling kan dan onmiddellijk opgestart worden, in een vroegtijdig stadium van de ziekte, met beter vooruitzichten.